Bestrijding wachtlijst vergt structurele aanpak

30-08-09 De provincie Zuid-Holland zet alles op alles om de wachtlijsten van langer dan 9 weken in de jeugdzorg dit jaar weg te werken. "En we streven ernaar de wachttijden verder te verkorten. Eind 2010 willen we de wachttijd terugbrengen tot 7 weken. Belangrijk daarbij is dat groei van de vraag naar zorg binnen de perken blijft", aldus gedeputeerde Tonny van de Vondervoort.

Zuid-Holland heeft gekozen voor een lange termijn aanpak waarmee gestreefd wordt de wachtlijsten onder controle te houden. "Bij het begin van deze collegeperiode in 2007 zijn we heel breed gaan investeren in de jeugd. Dit betekent dat we fors investeren in preventie bij gemeenten, in Bureau Jeugdzorg, in het jeugdzorgaanbod èn in nazorg. Met deze aanpak willen we dat kinderen nu en in de toekomst goed en op tijd worden geholpen", zo licht de gedeputeerde toe. "We zijn in onze afspraken met de minister uitgegaan van een groei van de vraag naar jeugdzorg van zo'n 8 procent dit jaar. Bij die groei zullen kinderen aan het eind van dit jaar niet langer dan 9 weken wachten op jeugdzorg. Het afgelopen half jaar is de groei sterker geweest. We hebben weliswaar meer kinderen geholpen, maar de wachtlijsten zijn helaas gegroeid. Voor kinderen in crisis is overigens geen wachttijd, zij worden altijd direct geholpen."

In Zuid-Holland is de wachtlijst gegroeid van 422 kinderen op 1 januari tot 606 op 1 juli. Een verklaring hiervoor is dat steeds meer kinderen en gezinnen bij Bureau Jeugdzorg aankloppen voor jeugdzorg. Ook verlaten kinderen wat minder snel de jeugdzorg waardoor ook minder kinderen direct kunnen instromen. Ten slotte zal nu pas goed zichtbaar gaan worden wat de effecten zijn van het extra geld - ruim € 13 miljoen - dat begin dit jaar in de jeugdzorg is gestoken. De jeugdzorginstellingen hebben eerst moeten zorgen voor nieuw personeel en huisvesting.

Van de Vondervoort wijst erop dat met de uitbreiding van het jeugdzorgaanbod meer kinderen geholpen worden. "Maar dat alleen is niet genoeg. Voor een meer structurele oplossing zorgen we er samen met gemeenten voor dat problemen van kinderen en gezinnen snel worden opgelost. Daarmee kun je voorkómen dat jeugdzorg nodig wordt. En als een kind toch in de  jeugdzorg terecht komt mag de behandeling niet langer duren dan noodzakelijk is. Goede nazorg en het bieden van perspectief is dus belangrijk. Voor jongvolwassenen betekent dit concreet dat er in gemeenten voldoende jongerenhuisvesting is en natuurlijk onderwijs of werk. Met de jeugdzorginstellingen en de gemeenten heb ik hierover goede afspraken gemaakt."

Zo ontvangen de gemeenten gezamenlijk jaarlijks een bedrag van € 7,7 miljoen. Hiermee bieden zij preventie en nazorg aan jeugdigen van 0 tot 23 jaar. Daarnaast steekt de provincie nog eens € 2,7 miljoen in de ondersteuning van gemeenten bij het preventief jeugdbeleid.

Daarnaast investeert de provincie bijna € 5 miljoen extra in Bureau Jeugdzorg. Hiermee kan Bureau Jeugdzorg sneller indicaties voor jeugdzorg geven, kinderen en gezinnen beter begeleiden en ervoor zorgen dat gezinsvoogden niet meer dan 15 gezinnen tegelijkertijd hoeven te begeleiden. Het aantal kinderen dat onder toezicht is gesteld is vanaf 2007 per kwartaal gestegen met gemiddeld 3,5%.
Bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling is het groeipercentage nog hoger: vanaf 2007 is het aantal meldingen gestegen met gemiddeld 5,6% per kwartaal. De provincie vindt het niet verantwoord dat een melding van (een vermoeden van) kindermishandeling niet direct wordt opgepakt. Bij het AMK zijn dan ook geen wachtlijsten. De provincie heeft daarvoor de afgelopen jaren fors uit eigen middelen geïnvesteerd. Dit jaar is dat € 3,2 miljoen.