Oasen gaat samenwerken met netbeheerder Stedin

11-12-2017 Gouda -  Netbeheerder Stedin en drinkwaterbedrijf Oasen gaan nauwer samenwerken. De werkgebieden van Stedin en Oasen overlappen elkaar voor een groot deel in het oostelijk deel van Zuid-Holland. De twee bedrijven verwachten dat intensievere samenwerking bijdraagt aan het verhogen van de klanttevredenheid en dat de kosten voor het vervangen van bijvoorbeeld gas- en waterleidingen omlaag kunnen door deze werkzaamheden

gecombineerd uit te voeren. Bij aanleg in nieuwbouw gebeurt dat al. 

 
Werkzaamheden afstemmen
Bij vervanging in bestaande bouw kunnen we nog een slag maken, zowel in de voorbereiding als in de uitvoering. Marc van der Linden (voorzitter raad van bestuur Stedin) en Jeroen Schmaal (manager Oasen) tekenden hiervoor op 11 december 2017 een intentieovereenkomst.
 
In de afgelopen jaren zijn – vooral uit praktisch oogpunt – diverse samenwerkingsverbanden ontstaan waaraan ook Stedin en Oasen deelnemen. Van structurele samenwerking met zijn tweeën kwam het nog niet. Walter van der Meer, directeur Oasen: “We gaan echt een stap vooruit zetten door structureel processen van beide bedrijven beter op elkaar af te stemmen. Door onze samenwerking ondervinden klanten minder hinder van werkzaamheden in de straat en de coördinatierol van de gemeente wordt eenvoudiger.”
 
Samenwerken goed voor de toekomst
Stedin en Oasen zijn enthousiast over de inspanningen om de mogelijke voorbereiding en uitvoering van gas- en waterwerkzaamheden intensiever samen aan te pakken.
 
Marc van der Linden, voorzitter raad van bestuur Stedin: “De veranderingen in de energiesector, zoals de opkomst van duurzame energie, vragen de nodige investeringen in het energienet. De samenwerking met Oasen is een prachtig voorbeeld voor ons om de kosten voor deze investeringen in toom te houden. Een andere belangrijke reden voor deze intensievere samenwerking is dat we hiermee de overlast voor de klant beperken. Dat doen we onder andere door gelijktijdig de grond in te gaan om kabels en leidingen te vervangen.”